eIDAS 2.0 is de anti-database: Kees Verhoeven over Europa’s kans om Big Tech te slim af te zijn

“We bouwen géén database met digitale identiteiten van Europeanen. Integendeel: We geven de macht in handen van het individu,” legt Kees Verhoeven uit. Als voormalig politicus, die zich nu richt op het waarborgen dat technologie ten dienste staat van mensen en de samenleving, spreekt hij met overtuiging over Europa’s ambitieuze digitale-identiteitsproject. Hoewel Europa lange tijd werd bekritiseerd om het stellen van regelgeving boven innovatie, zou deze aanpak van digitale identiteit een keerpunt kunnen betekenen in het wereldwijde technologielandschap.

Je bent uitgesproken over het feit dat Europa kansen mist in de techsector. Als je kijkt naar sociale media, AI, cloud en digitale identiteiten – wat gaat er mis met Europa’s technologische ontwikkeling?

“De situatie is ineens heel concreet en duidelijk geworden,” begint Kees. “Het lijkt alsof we door de wereld worden overvallen. Maar de waarheid is dat we als Europa decennialang langzaam zwakker zijn geworden in het ontwikkelen en bouwen van nieuwe innovaties en technologie.”

Hij gaat dieper in op de mondiale dynamiek: “China investeert miljarden in strategische technologische ontwikkeling, en de Verenigde Staten hebben veel sterke bedrijven die door hun kapitalistische systeem razendsnel groeien. Europa heeft daar veel te weinig tegenover gezet. We zijn langzaam maar zeker achterop geraakt. Je ziet het in het aantal wetenschappelijke citaties, patenten en investeringen in toonaangevende bedrijven. Europa loopt achter, en op de lange termijn maakt dat ons kwetsbaar.”

Als voormalig politicus heb je een interessante observatie gemaakt: innoveren is belangrijker dan reguleren. Dat is een behoorlijke verschuiving ten opzichte van de typische Europese houding – hoe zie jij deze balans?

“Europa heeft altijd de nadruk gelegd op de bescherming van mensen- en burgerrechten,” legt Kees uit. “We moeten reguleren, ethiek vooropstellen en ervoor zorgen dat de producten van anderen binnen onze kaders passen. Dat is een begrijpelijke houding geweest. Maar als je alleen maar reguleert, ben je eigenlijk alleen de scheidsrechter, terwijl je ook de voetballer wilt zijn – je wilt zelf ook meespelen.”

Hij gaat met toenemende intensiteit verder: “Op een gegeven moment begon ik er steeds meer over na te denken. We praten over regulering, privacy, AI, cybersecurity – we maken als Europa al deze regels. Tientallen wetten. Maar als het op innovatie aankomt, wat creëren we eigenlijk? Waar gaan onze investeringen naartoe? Welke technologieën hebben we zelf ontwikkeld? De balans tussen wetgeving en investeringen is scheefgegroeid.”

Gezien Europa’s sterke basis in onderzoek en infrastructuur, welke concrete stappen moeten we nemen om dit potentieel te benutten?

“We hebben veel middelen in huis,” benadrukt Kees. “Het gaat er vooral om dat we benutten wat we al hebben. We beschikken over kennis, een fantastische digitale infrastructuur, veel goede bedrijven en geweldige wetenschappers. We moeten alleen de regie nemen en ervoor zorgen dat ondernemerschap en innovatie positieve drijvende krachten worden.”

Hij schetst concrete acties: “Eerst moeten we de investeringen in kapitaal en R&D aanzienlijk verhogen. Pensioenfondsen en andere private investeerders moeten worden aangemoedigd om grotere risico’s te nemen met opkomende technologieën. Daarnaast moeten we de bureaucratie voor startups en scale-ups verminderen. Maar het allerbelangrijkste is dat Europa zijn eigen technologische infrastructuur opbouwt – of dat nu AI-capaciteiten of sociale mediaplatforms zijn.”

Laten we het hebben over eIDAS 2.0, een zeldzaam voorbeeld waarin Europa het voortouw neemt. Hoe past deze regelgeving in het bredere plaatje van Europese digitale soevereiniteit?

“Digitale identiteit is een gebied waarin Europa vastbesloten is om de leiding te nemen,” zegt Kees. “Met eIDAS 2.0 heeft de EU bepaald dat tegen het einde van 2026 elke lidstaat zijn burgers toegang moet geven tot digitale identiteitswallets. Dit betekent dat alle Europese burgers het recht krijgen op hun eigen digitale identiteit in de vorm van een veilige digitale wallet.”

Hij benadrukt de praktische voordelen: “Als burger krijg je volledige controle over je gegevens. Op dit moment is je informatie verspreid over verschillende organisaties – de Belastingdienst, onderwijsinstellingen, pensioenfondsen en overheidsinstanties. Met een wallet heb je al deze gegevens op één plek, onder jouw beheer.”

Er lijkt een misvatting te zijn dat eIDAS 2.0 draait om het creëren van een centrale Europese database. Aangezien je in de politiek hebt gezeten, hoe zou je uitleggen wat dit daadwerkelijk betekent voor burgers?

“Het is eigenlijk precies het tegenovergestelde,” zegt Kees nadrukkelijk. “De visie van de EU is om burgers controle te geven over hun eigen gegevens via persoonlijke digitale wallets. Zie het als een beveiligde app op je telefoon waarmee je alleen de specifieke informatie deelt die nodig is, en alleen wanneer jij dat wilt.”

Hij illustreert dit met een alledaags voorbeeld: “Wanneer je nu incheckt in een hotel, moet je meestal een kopie van je paspoort afgeven – waardoor ze toegang krijgen tot al je persoonlijke gegevens, waarvan het grootste deel helemaal niet relevant is. Dit brengt onnodige risico’s met zich mee en kan leiden tot identiteitsfraude. Met een digitale wallet kun je eenvoudig je identiteit verifiëren zonder onnodige persoonlijke informatie bloot te geven. Hetzelfde geldt bij de aankoop van leeftijdsgebonden producten – je kunt aantonen dat je ouder dan 18 bent zonder je geslacht of andere privégegevens te onthullen.”

Met jouw ervaring in de politiek en je huidige werk met bedrijven, welk advies zou jij Europese overheden geven bij deze digitale transformatie?

“Werk samen met de markt,” zegt Kees nadrukkelijk. “Bijna iedereen in de overheid wil dingen verbeteren, maar ze hechten aan controle en vinden het spannend om die los te laten. Het Ministerie van Economische Zaken is gewend om met de markt samen te werken, maar andere ministeries vinden dat vaak lastig. We hebben openheid en samenwerking nodig tussen onderwijs, onderzoek, overheid en het bedrijfsleven – we moeten deze krachten bundelen.”

Je hebt zowel de publieke als de private sector van dichtbij gezien. Wat weerhoudt Europese overheden ervan om innovatieve oplossingen zoals digitale wallets te omarmen?

“De uitdagingen komen vaak neer op aanbestedingen,” legt Kees uit. “Een overheid kan ervoor kiezen om iets te bouwen of te kopen. Wanneer ze via aanbestedingen inkopen, zijn deze processen vaak bureaucratisch en vormen ze hoge drempels voor kleine partijen. Er worden eisen gesteld aan omzet of bewezen ervaring. Een bedrijf als Philips heeft het dan veel makkelijker dan een partij die net een innovatief product heeft ontwikkeld, maar niet kan zeggen: ‘we doen dit al vijf jaar.’”

Hij maakt een interessante vergelijking met andere markten: “In Amerika zeggen ze gewoon: ‘oké, hier heb je miljarden, ga ermee aan de slag.’ Gaat het mis? Jammer dan – ik overdrijf nu een beetje. Maar ze zijn veel geduldiger met durfkapitaal. Ze durven geld uit te geven en langer op resultaten te wachten. In Europa stellen we korte termijn-eisen. Alles moet meteen geregeld zijn. Degene die daaraan voldoet, wint de aanbesteding. Maar zo krijg je nooit echte innovatie.”

Er wordt vaak gesproken over de versnippering van de Europese markt in vergelijking met de VS. Hoe zie je digitale wallets als een oplossing voor deze uitdaging?

“We hebben nu eenmaal geen markt van 300 miljoen Amerikanen,” erkent Kees. “In plaats daarvan hebben we 400 miljoen Europeanen verspreid over 21 EU-lidstaten. Dat is onze beperking. Maar kijk naar onze geschiedenis – we hebben een gigantische leidende auto-industrie gehad. We hebben nog steeds fantastische bedrijven die de wereld veroveren – denk aan ASML, denk aan Brainport Eindhoven en alle fotonica-ontwikkelingen die daar plaatsvinden.”

Hij legt de link met de kansen van de digitale wallet: “Als je die interne markt soepeler kunt laten verlopen, als je die kunt verbeteren en toegankelijker kunt maken via de wallet omdat transacties veel eenvoudiger worden, dan kun je volgens mij een grote stap zetten. De kracht van Europa ligt juist in die 400 miljoen welvarende consumenten. Maar het volledig benutten daarvan kan makkelijker worden, en de wallet kan daar echt een rol in spelen.”

Met 2026 als deadline voor de implementatie van deze wallets bestaat het risico dat overheden zich tot Big Tech wenden voor oplossingen. Hoe kunnen we dit voorkomen?

“Er is een neiging bij overheden om te zeggen: ‘Oké, in 2026 moeten we allemaal zo’n wallet hebben. Als we die niet hebben, laten we Google of Apple het dan maar bouwen.’ Nou, dat moeten we zien te voorkomen. We hebben al vaak genoeg gezegd: ‘We laten Google, Microsoft of Apple het wel bouwen.’ We zijn al afhankelijk op het gebied van cloud, platforms, softwarepakketten en AI. Mijn punt is: laten we ons met deze wallets voor één keer richten op onze eigen technologie.”

Hij put uit zijn politieke ervaring: “Tijdens mijn elf jaar in de Tweede Kamer hebben we vergelijkbare beslissingen genomen over het Chinese bedrijf Huawei in 5G-netwerken en het Russische bedrijf Kaspersky in antivirussoftware. We hebben simpelweg besloten om die partijen te verbieden en te vervangen door Europese alternatieven zoals Ericsson of Nokia. We kunnen deze beslissingen nemen. Maar dat moet op Europees niveau gebeuren – de Europese Commissie beslist over het weren van partijen en het stellen van eisen.”

Ten slotte, voor startups en scale-ups die innovatieve oplossingen ontwikkelen in deze sector: welk advies zou je hen geven over samenwerken met de overheid en grote organisaties?

“Wat ik vaak zie, is dat deze bedrijven fantastische dingen maken – echt topniveau – maar dat er een soort technisch-administratieve kloof is,” merkt Kees op. “Overheden, grote marktpartijen en directies begrijpen het niet altijd volledig. De technici zien het helemaal voor zich en weten hoe het werkt, maar er is een afstand, een brug die op de een of andere manier niet wordt geslagen.”

Zijn advies is praktisch: “Maak je product zo concreet en tastbaar mogelijk. Neem de digitale wallet als voorbeeld – mensen vragen: ‘Wat is het? Hoe ziet het eruit? Het zit in je telefoon, maar hoe?’ Praat over toepassingen. Het gaat om medische gegevens, leeftijdsverificatie, diplomafraude, snel kunnen handelen. Maak je product toepasbaar, simpel en concreet. Dat is wat bestuurders, inkopers en managers nodig hebben, want zij hebben geen tijd om zich volledig in je product te verdiepen.”

Hij sluit optimistisch af: “Ik weet zeker dat we in Nederland veel bedrijven hebben die dit kunnen, maar er zijn ook veel bedrijven waarvan de overheid nog niet weet dat ze dit kunnen. Het gaat erom die kloof tussen technische mogelijkheden en praktische toepassing te overbruggen.”

Related Blog